About

Ik, Jacqueline Braat (Wouw,1970) groeide op in het Brabantse dorp Zundert dat vlak bij de Belgische grens ligt en waar Vincent van Gogh op 30 maart 1853 werd geboren. In mijn kindertijd speelde ik heel dicht in de buurt van het theehuisje, dat ligt in het prachtige natuurgebied de Oude Buische Heide, waar de dichteres Henriette Roland Holst regelmatig verbleef. Van schilder en dichteres moet ik, hoewel als kind nog onbewust, heb al invloeden gevoeld  die zich later in mijn werk manifesteren. Naast deze “onbewuste” indrukken waren er meer concrete die ze me kreeg op school en via culturele manifestaties in Zundert zoals  Autour de Vincent, Shakespirement  en het beroemde Bloemencorso dat elk eerste zondag van september wordt gehouden. Jacqueline is hier nog steeds actief bij betrokken. De eerste keer dat ik tekeningen zag van Andre Verheijen over een corsowagen die we als buurtschap gingen bouwen, maakte op mij een diepe indruk. Dat wil ik later ook kunnen, zo tekenen dacht ik.

 

In 2006 studeerde ik af aan de Willem de Kooning Academie te Rotterdam. Ik werkte 13 jaar  als docente beeldende kunst en cultuureducatie, teamtrainer voor basisscholen en coach voor studenten bij Hogeschool Rotterdam. Daarnaast heb ik mijn eigen trainingsbureau op gebied van creativiteit en communicatie: Arti-tof. Daarbinnen verzorg ik trainingen en workshops voor bedrijven, onderwijs, bibliotheken en particulieren.

 

Het blauw van Yves Klein

Veel inspiratie haal ik uit het werk van Yves Klein die bekend wordt met zijn monochrome, veelal blauwe, schilderijen. Beiden gebruiken materialen zoals sponzen, paletmessen, grote kwasten en vingers. De spons speelt een belangrijke rol vanwege zijn vermogen om kleur te absorberen. Daarnaast is de spons een metafoor voor de rol van de toeschouwer, zoals de sponzen doordrenkt raken met kleur zo kan ook de toeschouwer doordrenkt raken met een gevoelstoestand. Deze krachtige ervaring geven toeschouwer vaak door aan mij bij het bekijken van mijn werk en dat is ook wat ik wil bereiken en zelfs nog dieper. Mijn werken nodigen uit om de spiritualiteit in jezelf te ontdekken. Voor Klein was de beeldende gevoeligheid van het blauw zo intens dat hij het over de wereld wilde verspreiden, voor mij drukt blauw ook de fascinatie voor het oneindige ruimte uit.

 

Het rood van Mark Rothko

Episch, intiem, menselijk zijn begrippen die we kunnen gebruiken bij zowel het werk van Mark Rothko als dat van mij.  Ik schilder grote, vaak monumentale doeken die zijn opgebouwd uit gelaagde kleurvelden. Bij Rothko gaat het over universele gevoelens als angst, extase, tragiek en euforie., bij mij gaat het over levenskracht, vriendschap, natuur en spiritualiteit. Ook hebben we gemeen dat we niet voor onszelf schilderen, ik geef alles in mijn werk dat mensen troost en verwondering kan bieden. De kleur rood gebruik ik om de menselijke power uit te drukken maar tegelijkertijd ook onze kwetsbaarheid. Rood als het bloed dat met een enorme kracht door onze aderen stroomt maar ook dat onze onmacht of boosheid kan uitdrukken.

 

De “leegte’ van Anish Kapoor

Volgens Anish Kapoor heeft de leegte vele gedaanten. Zijn sculpturen zijn vaak niet was ze lijken en tijdens het proces van kijken en ervaren moeten eerste indrukken worden bijgesteld. De sensuele vormen, de tactiliteit en de zintuigelijke kracht van de kleur nodigen uit om de werken te naderen en je ermee te verbinden. Tijdens de ontmoeting stuit met echter onherroepelijk ook op het ondoorgrondelijke facetten. Deze ondoorgrondelijkheid boeit  mij  al vele jaren. Hoe kun je de toeschouwer aan zetten tot interactie met je eigen werk? Maar vooral, hoe kun je de kijker de eigen spiritualiteit laten ontdekken. Dit is de opdracht die ik me  stel en waar ik naartoe werk. Dit gebeurt meestal niet bewust maar vanuit mijn intuïtie. De schoonheid van de natuur en de mens, in al hun kwetsbaarheid, zijn hierbij mijn belangrijkste inspiratiebronnen.

 

“Beeldend werk brengt mij in rust, inzicht en overzicht”. Jacqueline Braat